|
Visueel
Spraak
Verstandelijk
Aandachtstekort
Leerstoornis
Motorisch
Auditief
Autisme
|
home (ENG) leerstoornis algemeen rekenstoornissen dyslexie |
| Onderwijs | Arbeidsmarkt | |
Hulmiddelen voor dyslexie
1. INLEIDING Nieuwe ontwikkelingen geven nieuwe mogelijkheden. In de afgelopen jaren zijn er een aantal computerprogramma's (ICT-hulpmiddelen) op de markt gekomen die zich richten tot personen met dyslexie. De programma's helpen enerzijds door, met een synthetische stem, (computer)teksten voor te lezen en bieden anderzijds ondersteuning tijdens het leren door de papieren invulblaadjes te vervangen door elektronische versies. Deze 'hulpmiddelen voor dyslexie' bevinden zich, wat toepassingen betreft, op de scheidingslijn tussen sociale integratie en onderwijs. Enerzijds helpen ze personen die moeilijk kunnen lezen, om zich te handhaven in onze tekstgeoriënteerde kennismaatschappij. Anderzijds helpen ze kinderen die problemen hebben met het leren lezen, om hun taken en opdrachten in de klas uit te voeren. Hierbij moet niet alleen gekeken worden naar taal- of leestaken, maar ook naar de andere vakken (geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, ...). Kinderen met leesmoeilijkheden worden hierin benadeeld, omdat ze de cursusteksten en de vragen van een toets of examen niet snel genoeg kunnen lezen. Aangezien er meer en meer vragen gesteld worden over het nut en de functie van hulpmiddelen voor dyslexie heeft het KOC een standpunt opgesteld om bij te dragen in de discussie over de terugbetaling van compenserende hulpmiddelen voor personen met ernstige lees- en/of spellingsproblemen. 2. DYSLEXIE De werkgroep dyslexie van het VEHHO (Vlaams Expertisecentrum voor Handicap en Hoger Onderwijs) en de Stichting Leerproblemen Vlaanderen pleiten voor het hanteren van één Vlaamse richtlijn inzake dyslexie. Gegeven dat het werk reeds verricht werd in Nederland door de Nederlandse Gezondheidsorganisatie en de Stichting Dyslexie Nederland (SDN), en het feit dat het hanteren van eenzelfde norm in Nederlandstalige ruimte een voordeel is, lijkt het opportuun om de definitie van de Stichting dyslexie Nederland te volgen. Het KOC sluit zich hierbij aan. Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau. (Stichting Dyslexie Nederland, 2004) Merk op dat in de definitie de hardnekkigheid van de leesproblemen een belangrijke aanwijzing voor dyslexie is. Dit betekent dat er pas van dyslexie kan gesproken worden, na remediërende acties. 3. DIAGNOSTIEK Het stellen van een diagnose dyslexie is complex. Het vereist een combinatie van verschillende onderzoeken en een goede afstemming tussen het onderwijs- en het zorgveld. Voor kinderen bestaan er genormeerde onderzoekinstrumenten die door het RIZIV erkend worden voor het diagnosticeren van dyslexie, maar deze kunnen niet differentiëren tussen een lichte en een ernstige vorm van dyslexie. Voor jong-volwassenen en volwassenen bestaan er nog geen onderzoekinstrumenten waardoor het onmogelijk is om bij hen de diagnose van dyslexie te stellen volgens de RIZIV-normen. 4. BEHANDELING Als het om dyslexie blijkt te gaan en de problemen zijn zodanig ernstig dat louter schoolse aanpak onvoldoende is, dan speelt logopedische revalidatie meestal een sleutelrol. Er zijn meerdere logopedische technieken uitgewerkt, waarmee resultaten geboekt worden. Zware dyslexie vergt dikwijls twee therapeutische zittingen per week, gedurende minstens twee jaar. Ook psychomotorische technieken en psychotherapeutische methoden kunnen nuttig zijn. Meestal wordt elk spoor van dyslexie door een behandeling niet weggewist; hoofddoelstelling is niet dat het kind volkomen foutloos leert lezen en spellen, wel dat het op zo'n wijze leert omgaan met het geschreven of gedrukte woord dat het ermee kan werken. 5. ATTESTERING Is de diagnose dyslexie gesteld, dan dient een attest van dyslexie te worden opgesteld. Dit attest kan recht geven op faciliteiten of tegemoetkomingen bij onderwijs, welzijn of werk. De aanpak van leerproblemen wordt in Vlaanderen vooral gestuurd vanuit de resolutie 'betreffende de erkenning, de integratie en begeleiding van leerlingen met leerstoornissen' van het Vlaams Parlement van 3 maart 1999. Belangrijk in deze resolutie zijn de begeleidende rol van het CLB bij het stellen van de diagnose en de nood aan een gemotiveerd verslag als onderdeel van het attest. 6. DYSLEXIE, EEN HANDICAP? Dyslexie brengt in onze geletterde cultuur ernstige belemmeringen met zich mee, zowel in onderwijs- als in werksituaties. Dyslexie heeft naast de praktische beperkingen in lezen en schrijven ook invloed op het sociale leven. Afhankelijk van de situatie zijn er verschillende manieren om met dyslexie om te gaan: Stimuleren heeft tot doel de inzet van de leerlingen te verhogen om correct te leren spellen en het geleerde in functionele situaties toe te passen. Voorbeelden van stimulerende maatregelen zijn het bekrachtigen van goede prestaties en het duiden van de zinvolheid van uit te voeren taken. Remediëren betreft de directe aanpak van de lees- en spellingsproblemen via taakgerichte instructie die in sommige scholen op woensdagnamiddag wordt aangeboden. Leerlingen met dyslexie worden op dat moment voor de Nederlandse woordspelling door een leerkracht 'remedial teaching' geremedieerd. Het remediëren kan bij bepaalde leerlingen buiten de school gebeuren. Het gaat om leerlingen die buiten de schooluren nog therapie volgen. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van educatieve software. Bij ernstige vormen kan dit aangevuld worden met compenserende ICT-hulpmiddelen. Dispenseren betekent vrijstelling geven. Voorbeelden van dispenserende maatregelen zijn vrijstelling van hardop lezen in de klas of de vrijstelling voor het schriftelijk examen Engels. Compenseren is een aanpak die zich richt op het minimaliseren van de gevolgen die leerlingen ondervinden van hun stoornis. Voorbeelden van compenserende maatregelen zijn het gebruik van spellingcorrigerende en compenserende ICT-hulpmiddelen. In de praktijk worden meestal stimulerende, remediërende en dispenserende maatregelen gebruikt om de gevolgen van dyslexie op te vangen. Compenserende maatregelen worden vaak achterwege gelaten. Bij ernstige vormen van dyslexie zijn ICT-hulpmiddelen echter noodzakelijk om zelfstandig om te gaan met de beperking op school, thuis en werk. In die omstandigheden ondervindt de betrokkene duidelijk participatieproblemen en kan men spreken van een handicap. 7. ICT-HULPMIDDELEN 7.1 Educatieve en compenserende hulpmiddelen Binnen de hulpmiddelen voor dyslexie moet er een onderscheid gemaakt worden tussen educatieve en compenserende hulpmiddelen. Educatieve ICT-hulpmiddelen ondersteunen de stimulerende en remediërende maatregelen. Er worden extra oefeningen in een aantrekkelijke vorm aangeboden waarbij lees- en spellingsvaardigheden extra getraind en geautomatiseerd worden. Educatieve hulpmiddelen sluiten best zo nauw mogelijk aan bij de gevolgde leerprogramma's. Compenserende ICT-hulpmiddelen kunnen tegelijk met educatieve ICT-hulpmiddelen gebruikt worden ter ondersteuning van het algemene leerproces. Compenserende ICT-hulpmiddelen zijn later (na het beëindigen van het normale proces om te leren lezen) zeker noodzakelijk voor personen bij wie het lezen en spellen onder het verwachte niveau blijft. De keuze van een gepast hulpmiddel is steeds gebonden aan de situatie en de ernst van de dyslexie en moet vaak proefondervindelijk worden vastgesteld. Op voorhand is niet te zeggen welke soft- en/of hardware precies voor een individuele persoon met een lees- en spellingsprobleem noodzakelijk en geschikt is. 7.2 Overzicht compenserende ict-hulpmiddelen Lezen Personen met een ernstig lees- en spellingsprobleem, die veel extra tijd en energie verliezen bij het lezen van teksten, kunnen baat hebben bij tekstherkennings-, spraaksynthese- en voorleessoftware. Voorleessoftware vormt de basis van de compenserende ICT-hulpmiddelen. De tekst op het computerscherm wordt door de voorleessoftware verwerkt en aangeboden aan de spraaksynthesesoftware die de computertekst omzet in gesproken taal. Tijdens het voorlezen wordt het uitgesproken woord benadrukt door de kleur van de achtergrond te wijzigen. Om een gedrukte tekst te laten voorlezen, wordt de tekst eerst met een scanner ingescand en daarna met tekstherkenningssoftware omgezet in computertekst. Als alternatief kunnen ook daisyboeken gebruikt worden. Dit zijn boeken op cd-rom in het daisyformaat dat ook door blindenbibliotheken gebruikt wordt om gesproken literatuur aan te maken. Om de teksten te kunnen beluisteren, is een daarvoor geschikte speler of software nodig. Voordeel is dat personen die te veel tijd verliezen bij het lezen van teksten, een stuk sneller de inhoud van de teksten kunnen opnemen. Schrijven Spraakherkenningssoftware kan een uitkomst zijn voor personen die moeite hebben met schrijven en typen. Spraakherkenning is praten tegen de computer. De gesproken woorden worden opgenomen via een microfoontje en verschijnen op het scherm. Nadeel is dat de software eerst moet wennen aan de stem van de gebruiker. Na een ?inwerkperiode? werkt de spraakherkenning echter steeds beter. Een woordvoorspellingsprogramma kan voorspellen welk woord men wil typen. Bij iedere getypte letter wordt de lijst van voorspellingen aangepast. De woordvoorspelling kan aangepast worden aan de behoeften van de gebruiker. Voordeel is dat het programma het aantal toetsaanslagen aanmerkelijk vermindert, waardoor gebruikers sneller en met minder fouten kunnen typen. Nadeel is dat de gebruiker wel de beginletter van een woord moet kennen. Spellingscontrole is een computerprogramma waarmee men in een document spel- en typfouten of dubbele woorden kan zoeken. 8. TEGEMOETKOMING 8.1 Cel Speciale Onderwijsleermiddelen Vanuit de sector onderwijs kan verwacht worden dat de Cel Speciale Onderwijsleermiddelen een tegemoetkoming zou voorzien voor ICT-hulpmiddelen voor personen met ernstige lees- en/of spellingsproblemen. Op dit ogenblik is dit niet het geval. ICT-hulpmiddelen voor personen met ernstige lees- en/of spellingsproblemen worden beschouwd als software die behoort tot het pakket didactische hulpmiddelen waar scholen, in het kader van het zorgbreed denken, over zouden kunnen beschikken. Het Beheerscomité van de Cel Speciale Onderwijsleerhulpmiddelen beschouwt didactische software niet als hulpmiddel dat toegang tot het onderwijs mogelijk maakt, maar wel als een hulpmiddel dat het onderwijsleerproces faciliteert of stimuleert. Binnen het onderwijs wordt een enveloppefinanciering gehanteerd. De scholen bepalen met andere woorden zelf hoe ze hun subsidie besteden. In principe zijn ICT-hulpmiddelen (zowel educatieve als compenserende) voor personen met leerstoornissen dus niet uitgesloten voor terugbetaling. 8.2 Vlaams Agenschap voor Personen met een Handicap Het VAPH kan volgens haar regelgeving geen tegemoetkoming geven voor leerondersteunende en remediërende ICT-hulpmiddelen (Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001, art 7 punt 4): "In geen geval kan met toepassing van dit besluit de tenlasteneming gebeuren van: ... 4° materiële bijstand die behoort tot de (op school) gebruikte schooluitrusting of daarmee equivalent is, inzonderheid hulpmiddelen die nodig zijn om de lessen te volgen, schoolgeld en leerboeken, ..." Het VAPH kan volgens haar regelgeving wel een tegemoetkoming geven voor compenserende ICT-hulpmiddelen. De persoon met een handicap (en het MDT) moet aantonen dat de gevraagde compenserende ICT-hulpmiddelen noodzakelijk zijn voor de sociale integratie en er ook effectief toe bijdragen. Het VAPH kan in principe de compenserende ICT-hulpmiddelen moeilijk weigeren omdat het niet volledig duidelijk is of de tegemoetkoming hiervoor tot de bevoegdheid van een andere (overheids)dienst behoort. 9. KOC-STANDPUNT Het doel van het inzetten van compenserende hulpmiddelen is het verminderen van de belemmeringen die door de dyslexie worden ervaren, het verschaffen van toegang tot informatie en het actief laten deelnemen aan de kennismaatschappij. Het is van groot belang dat het traject waarin de lees ?en spellingsproblemen op school worden gesignaleerd en aangepakt, aansluit op het traject van diagnose en behandeling van dyslexie in de zorg. Voor een effectieve diagnose en behandeling van dyslexie is een goede afstemming tussen het onderwijs- en het zorgveld een belangrijke randvoorwaarde. Is men uitbehandeld en blijken ondersteunende en dispenserende maatregelen niet in staat te zijn om de persoon met een lees- en/of schrijfhandicap in overeenstemming met de gangbare eisen van de omgeving (thuis, onderwijs of werk) een adequaat lees- en spellingsniveau te laten behalen, dan kan een compenserend ICT-hulpmiddel voor ernstige lees- en spellingsproblemen noodzakelijk zijn. Er is sprake van een blijvend participatieprobleem. Opdat het VAPH de sociale integratie van personen met een ernstige lees- en/ of spellingshandicap zou kunnen verhogen, is het noodzakelijk dat: bij het stellen van de diagnose van dyslexie kan gedifferentieerd worden tussen lichte en ernstige vormen van dyslexie; er duidelijke afspraken bestaan over de inhoud van de attestering (faciliteiten en geldigheid) evenals over wie bevoegd is om dit attest te leveren; er een duidelijke bevoegdheidsafbakening is tussen onderwijs en welzijn voor de tegemoetkoming van ICT-hulpmiddelen, waarbij ieder zijn verantwoordelijk opneemt in een integrale aanpak. Ward De Bruecker
<< 1 2 3 4You need the Adobe Flash player to view this site properly... You can...
|